Handelingsmodel in een Begeleidingsmomenten

Handelingsmodel

Waarom is dit nuttig?

Het handelingsmodel laat zien op welke manier een leerling rekent en waar de moeilijkheden ontstaan. Door de begeleiding af te stemmen op het juiste handelingsniveau en passende materialen te gebruiken, sluit de ondersteuning beter aan bij wat de leerling nodig heeft. Hierdoor wordt de begeleiding doelgerichter, duidelijker en meer betekenisvol voor de leerling.

Wat is het Protocol ERWD?

Het Protocol Ernstige Reken-Wiskundeproblemen en Dyscalculie (ERWD) is een landelijk protocol dat scholen ondersteunt bij het signaleren, diagnosticeren en begeleiden van leerlingen met ernstige rekenproblemen of dyscalculie. Het protocol beschrijft stappen, modellen en hulpmiddelen waarmee je passend rekenonderwijs kunt geven

Handelingsniveau 1

Informeel handelen / doen

Rekenactiviteiten in concrete, alledaagse situaties; de leerling gebruikt materiaal of concrete objecten.

Handelingsniveau 2

Voorstellen – concreet

De leerling maakt concrete afbeeldingen of visuele voorstellingen van situaties.

 

Handelingsniveau 3 en 4

Voorstellen – abstract Niveau 3 & Formeel handelen Niveau 4

Niveau 3: 

De leerling maakt denkmodellen en werkt met symbolische representaties (bijv. getallen zonder afbeeldingen).

Niveau 4: 

De leerling voert formele bewerkingen uit in abstracte operaties (bijv. standaard sommen).

 

 

Hoe gebruik je het Handelingsmodel in een Begeleidingsmoment?

Je begeleidingsmoment kan opgebouwd worden rond het vaststellen van in
welke fase van het handelingsmodel de leerling zit en het inzetten van passende
materialen en activiteiten om hem te helpen naar het volgende niveau te groeien.

 

Stap 1: Observatie en signalering

Voordat je start met begeleiding, observeer je eerst welk handelingsniveau de leerling hanteert bij een rekenopdracht.

Bijvoorbeeld:

  • Werkt de leerling vooral met concreet materiaal?
  • Kan hij al abstract denken zonder materiaal?

Deze observatie bepaalt de startpositie.

 

Stap 2: Leerlingsituatie bepalen

Leg vast:

Op welk niveau werkt de leerling nu het beste?

Waar ontstaan knelpunten?

Dit helpt je om de begeleiding gericht te plannen.
 

Stap 3: Keuze van materialen en activiteiten

Koppel het handelingsniveau aan passende materialen:

Informeel handelen
Objecten, speelgoed, blokken

Voorstellen – concreet
Tekenen, schema’s, pictogrammen

Voorstellen – abstract
Denkmodellen, diagrammen

Formeel handelen
Abstracte bewerkingen, schriftelijke sommen